27 tuinbouwjongeren op kennisreis naar spanje
Vier dagen midden in de Spaanse tuinbouw. Met 27 jongeren van Tuinbouw Jongeren Westland reisden we vanuit Alicante via Almería naar Málaga. Na eerdere kennisreizen naar Portugal en Italië stond dit jaar Spanje centraal. Het doel was niet alleen informeren en netwerken, maar vooral samen nadenken over de eigen toekomst in de tuinbouw: welke kansen liggen er voor productie, handel, technologie en samenwerking, en wat vraagt ondernemen onder andere omstandigheden?
De bezoeken liepen uiteen van granaatappels en vollegrondsgroenten tot tomaten, komkommers, veredeling, biologische gewasbescherming, plantopkweek en coöperatieve afzet. De schaal rond Almería maakte indruk, maar ook de verscheidenheid binnen de sector. Arbeid, virus- en plaagdruk, rassenkeuze, kwaliteit, leverzekerheid, afzet en bedrijfsopvolging keerden vrijwel overal terug. De rode draad: productie blijft belangrijk, maar smaak, kwaliteit, betrouwbaarheid en een onderscheidend marktconcept worden steeds bepalender.
Dag 1 | Van granaatappel tot tomaat
Fruitum La Romana
Bij Fruitum La Romana wordt jaarlijks circa 10.000 ton granaatappel verwerkt. We zagen een rodere, zuurdere variant en een lichtere, zoetere granaatappel. De oogst vindt in augustus plaats en het product kan vervolgens ongeveer twee maanden worden bewaard. Verschillende klantverpakkingen lopen over dezelfde lijn; afwijkend product gaat naar de sapverwerking. Ook werd een proef toegelicht met een paarse, zuurdere granaatappel voor losse pitten. Arbeid is een belangrijk knelpunt en een groot deel van het personeel komt uit Marokko.
Frutas Alhambra
Bij Frutas Alhambra, dochteronderneming van premium sponsor QPI, kregen we een beeld van grootschalige vollegrondsteelt. Het bedrijf noemde circa 120 hectare bimi, 120 hectare paksoi en 100 hectare flespompoen. Paksoi wordt van oktober tot mei of juni geteeld en is na ongeveer vier weken oogstrijp. Circa 80% gaat naar de Britse retail. De arbeidsbehoefte is groot: ongeveer honderd mensen voor de oogst van bimi en twintig tot dertig voor paksoi, onder meer afkomstig uit Marokko, Senegal en Zuid-Amerika.
O.P. Looije
O.P. Looije liet zien hoe een sterk marktconcept samengaat met strakke kwaliteitsborging. Ongeveer 60% van Sarita wordt in Spanje afgezet; de rest gaat vooral naar Duitse retailers. Looije werkt met circa 25 telers en produceert sinds 2025 op een tweede locatie ook losse pruimtomaten. Voor losse cherry werd een productie van 28 tot 30 kg per m² genoemd.
Binnenkomend product wordt dagelijks op residuen gecontroleerd. Bij een afwijking ontvangt een teler de helft en bij een wettelijke overschrijding niets. Ook hygiëne en leverzekerheid krijgen veel aandacht. De plastic kassen worden ongeveer iedere drie jaar vervangen. Virusdruk, arbeid en de versnipperde telersstructuur behoren tot de belangrijkste uitdagingen. Op de Spaanse markt is losse cherry groot, terwijl losse cherry-pruim veel minder voorkomt.
Dag 2 | Van veredeling tot gewasbescherming
Enza Zaden R&D Almería
Na Enkhuizen is Almería de grootste R&D-locatie van Enza Zaden. Het onderzoek richt zich op omstandigheden die representatief zijn voor low- en midtechbedrijven in de regio, met tomaat, paprika, komkommer, pompoen, courgette en squash als belangrijke gewassen. Iedere plant wordt afzonderlijk gevolgd en de apparatuur wordt na elke partij volledig gereinigd om vermenging van zaden te voorkomen. Bijzonder was Bionova: een afgescheiden onderzoeksomgeving van circa 8.000 m² voor gecontroleerd virusonderzoek.
Clisol
Clisol plaatste de teelt in het perspectief van de hele regio. Volgens de toelichting telt Almería circa 32.500 hectare kassen en 14.000 bedrijven; ongeveer 90% daarvan is één tot tien hectare groot. De regio kent rond 3.000 zonuren en slechts circa 150 mm regen per jaar. Het belangrijkste seizoen loopt van 1 november tot 15 mei. Paprika is het grootste gewas, gevolgd door tomaat en komkommer.
De eenvoudige kasconstructies zijn goed aangepast aan het klimaat. Wind wordt steeds meer benut voor klimaatsturing en voor een nieuwe kas werd ongeveer €60 per m² genoemd. Bij de rassenkeuze draait het niet altijd om maximale productie: soms worden minder kilo’s geaccepteerd voor meer smaak en onderscheid. We zagen diverse snack- en puntpaprika’s, rassenproeven en een test met een Catyra-systeem en datalogger. Ook bedrijfsopvolging is onzeker doordat jongere generaties niet vanzelfsprekend dezelfde interesse hebben.
Agrosol Export, Koppert en Laimund
Agrosol Export noemde circa 250 hectare komkommerteelt. Magnum van Nunhems en Calidus van Bayer werden genoemd als resistente rassen, met ongeveer 330 gram als richtgewicht. Een deel van de productie gaat via private-labelcontracten naar de Britse retail; prijzen verschillen per dag, specificatie en contract.
Bij Koppert stond biologische gewasbescherming centraal. Trianum wordt via de watergift ingezet tegen onder meer Fusarium en Pythium. Bij zichtbare problemen worden wortels beoordeeld en monsters genomen om gericht een diagnose te stellen.
Laimund combineert de opkweek van groenteplanten met potplantenproductie. Het bedrijf heeft meer dan dertig jaar ervaring en produceert jaarlijks gemiddeld ruim 40 miljoen groenteplanten. Enten is een belangrijk specialisme, onder andere bij tomaat, aubergine, paprika en watermeloen. Daarnaast produceert Laimund onder meer Dipladenia, Zantedeschia en Poinsettia. Uniformiteit vormt de basis voor een goede start bij de teler.
Dag 3: van ras tot retailer: waar teelt, innovatie en markt samenkomen
Rijk Zwaan Ibérica
Bij Rijk Zwaan Ibérica kregen we inzicht in de omvang van de Spaanse groenteteelt en de positie van veredeling. In Almería is slechts circa 300 hectare kas verwarmd. De genoemde arealen en aandelen geven een beeld van de markt:
|
Gewas |
Areaal |
Aandeel Rijk Zwaan |
|
Paprika |
12.000 ha |
7% |
|
Komkommer |
6.000 ha |
40-50% |
|
Squash |
6.000 ha |
– |
|
Aubergine |
1.800 ha |
70% |
|
Tomaat |
9.000 ha |
35% |
Bij aubergine kwamen Thelma, Nelka en Kenaty ter sprake. Sweet Palermo vraagt per plantperiode om een ander ras en is voor Marokkaanse teelt relatief duur door transport, waardoor daar nog veel Kapia wordt geteeld. Rijk Zwaan noemde circa 50% aandeel in tomatenonderstammen en 15% in paprikaonderstammen. Delizio werd omschreven als sterk vegetatief en minder zoet; 35-DR2127 als mogelijk nieuw ras voor lowtechteelt.
De vraag hoe Almería er over tien jaar uitziet, bleef hangen. De productie per vierkante meter is al circa twintig jaar nauwelijks verbeterd, terwijl kosten en markteisen toenemen. Virusdruk en trips zijn groot; steeds meer telers stappen daarom over op rood insectengaas.
Teeltbezoeken in Almería
Tijdens de teeltbezoeken zagen we hoe sterk bedrijven verschillen in schaal, techniek en strategie. Sommige ondernemers investeren in klimaatsturing en biologische bestrijding, terwijl anderen met eenvoudige kasconstructies werken. Er wordt zowel in kokos als perliet geteeld. Substraatmatten kunnen door solarisatie meerdere jaren worden gebruikt; voor perlietmatten werd acht tot tien jaar genoemd. De gekozen aanpak hangt sterk samen met afzetmarkt, arbeid, raskeuze en investeringsruimte.
Unica Group
Unica Group is een samenwerkingsverband van coöperaties. De leden behouden hun eigen identiteit, terwijl verkoop, marketing en klantbenadering centraal worden georganiseerd. Unica beschikt over meer dan 25 verpakkingslocaties, vertegenwoordigt circa 2.500 hectare aangesloten telers en noemde voor 2025 een omzet van ongeveer €830 miljoen.
Op de bezochte locatie worden paprika en aubergine los, in flowpack of in netverpakking verwerkt. De organisatie levert aan verschillende Europese klanten en retailers, waaronder Migros via Buonvicini, Coop Zwitserland via Alifresca en Spaanse retailpartijen zoals Mercadona. Het bezoek onderstreepte hoe samenwerking versnipperde productie kan verbinden met professionele, grootschalige afzet.
Dag 4 | Een laatste bezoek en inspiratie voor thuis
Plantal
De laatste inhoudelijke stop was Plantal, gespecialiseerd in pot- en sierplanten voor de Europese markt. Het assortiment omvat onder meer Mandevilla, Dipladenia, Adenium en verschillende vetplanten. We zagen hoe planten onder warme, zonnige omstandigheden worden geteeld en klaargemaakt voor afzet, met uniformiteit en kwaliteit als belangrijke uitgangspunten. Daarmee liet Plantal een andere, gespecialiseerde kant van de tuinbouw in Almería zien. Daarna reisden we via Málaga terug naar Nederland.
Wat nemen we mee naar huis?
De kennisreis gaf in vier dagen een breed beeld van de Spaanse tuinbouw. De kilometers aan kassen en duizenden bedrijven tonen het economische belang van de regio. Tegelijkertijd bestaat de sector voor een groot deel uit relatief kleine familiebedrijven. Samenwerking en professionele afzet zijn daarom essentieel, terwijl ondernemers voor een lastig dilemma staan: klein en beheersbaar blijven of groeien om voldoende te kunnen investeren.
Concurrentie uit onder meer Marokko, stijgende kosten en snel veranderende retailvragen maken onderscheid steeds belangrijker. Niet alleen productie, maar juist smaak, kwaliteit, houdbaarheid, leverzekerheid en marktpositionering bepalen de toekomst. Ook resistente rassen, natuurlijke bestrijders, monitoring en preventie worden onmisbaar door de hoge virus- en plaagdruk.
Spanje en Nederland verschillen in klimaat, techniek en bedrijfsstructuur, maar delen dezelfde fundamentele uitdagingen: arbeid, kwaliteit, ziekten en plagen, afzet en bedrijfsopvolging. Voor jonge mensen in de tuinbouw was het vooral waardevol om te zien hoe ondernemers in een andere omgeving met die vraagstukken omgaan. De bezoeken en gesprekken leverden nieuwe ideeën, contacten en volop inspiratie op om in het Westland verder over door te praten.
Wij bedanken alle bedrijven die ons hebben ontvangen voor hun gastvrijheid, openheid en het delen van hun kennis en ervaringen. Zonder hun bijdrage was deze kennisreis niet mogelijk geweest.
